Begin bij de brandstofeisen

Gebruik schoon, onbehandeld brandhout dat uw kachel mag verbranden. Controleer de voorgeschreven blokmaat en houtlading. Afval, plaatmateriaal, geverfd en geïmpregneerd hout horen niet in een houtkachel. De naam allesbrander verandert daar niets aan.

Meet de binnenkant van meerdere blokken

Gebruik een geschikte houtvochtmeter en volg de meterinstructie. Kloof een blok en meet op het verse vlak; de droge buitenkant geeft niet altijd een goed beeld. Controleer meerdere blokken uit uw voorraad en vergelijk de waarden met de eisen van de kachel. Zo beoordeelt u het hout dat daadwerkelijk in de brandkamer terechtkomt.

Beschut tegen regen, met ruimte voor lucht

Houd hout van de natte grond en bescherm het tegen neerslag. Sluit de stapel niet rondom luchtdicht af. De droogtijd hangt onder meer af van houtsoort, blokmaat en omstandigheden. Een jaartal op een advertentie is daarom geen vervanging voor een vochtmeting.

Leer de juiste hoeveelheid kennen

Weeg af en toe de houtlading die u volgens de handleiding mag gebruiken. Dat helpt meer dan blokken tellen: drie dunne stukken zijn iets anders dan drie zware stammen. Houd de voorgeschreven bijvulmomenten aan. Gebruik een hete kachel niet om nat hout er vlak tegenaan te drogen.